Logo

Wetgeving


Lijkbezorging
De kist of lijkwade 
Andere

  

Decreet op de lijkbezorging


Het ministerie van Binnenlandse Zaken is bevoegd voor de wetgeving op de lijkbezorging. De volledige wetgeving vindt u in het decreet van 16 januari 2004 .

  


Kist of lijkwade


De wetgever legde een aantal voorwaarden vast waaraan de doodskist, de lijkwade of eender welk ander omhulsel moet beantwoorden. U vindt die in het uitvoeringsbesluit  dat daarover verscheen.

   

Voorwaarden waaraan lijkwaden moeten beantwoorden 

Art. 9. Een lijkwade is een lijkomhulsel dat in de plaats van een doodskist wordt gebruikt bij de lijkbezorging. 

Art. 10. Lijkwaden moeten, speciaal voor dit doel, uit een natuurlijk materiaal worden vervaardigd.
Om de vochtigheid te absorberen mogen zaagsel, houtschilfers, houtwol of andere absorberende vergankelijke materialen gebruikt worden. 

Art. 11. Een lijkwade die in contact is gekomen met een stoffelijk overschot meermaals gebruiken, is niet toegestaan. 

Art. 12. Gedurende zeven dagen in voortdurend contact met water van 5°C en 20°C bij pH 7 
mag het materiaal niet meer dan 1 mg vloeibaar water per meter per uur doorlaten, gemeten 
volgens de norm DIN53122 of een vergelijkbare norm. 
Na veertien dagen mag, volgens een biologische proef, de doorlaatbaarheid, gemeten 
volgens de norm norm DIN53122 of een vergelijkbare norm, voor gasvormig koolstofdioxide 
niet minder zijn dan 150 ml per meter per uur en voor zuurstof niet minder dan 200 ml 
per meter per uur.

Art. 13. De treksterkte van het materiaal en de las- of naadverbindingen mogen niet minder 
bedragen dan 1 N per mm, gemeten volgens de norm DIN53455 of een vergelijkbare norm 
( N, nano, groothedensymbool voor brekingsindex ).
Als het materiaal wordt dubbelgevouwen en de vouw gedurende dertig minuten wordt belast 
bij een druk van 5 N per cm_, dan mag het materiaal in de vouw geen scheur vertonen.
Gedurende twee jaar bij opslag van 20°C mag de krimp in de lengte- en de breedterichting niet meer dan 10% bedragen, gemeten volgens de norm DINASTM: D2732-83 of een vergelijkbare norm.

Art. 14. Het materiaal mag niet meer dan 0,1 gewichtsprocent chloor bevatten.
Zowel bij biologische afbraak als bij crematie mogen geen schadelijke stoffen vrijkomen. Voor zware metalen, zoals Pb, Cr, Ni, Cu, Cd en Zn, en gechloreerde KWS moet worden voldaan aan de Duitse Bundesgütegemeinschaft-norm RAL GZ 251 of een daaraan gelijk te stellen norm. Voor de bepaling hiervan moet worden gebruik gemaakt van de norm ASTM: D 5152-91 of een vergelijkbare norm. 

Art. 15. Het materiaal van de lijkwaden moet binnen negentig dagen voor meer dan 98% worden afgebroken, gemeten volgens de norm ASTM: D 5338-92 of een daarmee vergelijkbare norm.

Art. 16. Indien een onderplank dat gebruikt zou worden voor het transport van een stoffelijk overschot gehuld in een lijkwade samen met het stoffelijk overschot en de lijkwade zou worden begraven of gecremeerd, dan dient de onderplank aan dezelfde voorwaarden te voldoen als bepaald in hoofdstuk I. (zie : wettelijk voorschriften)

> Praktisch
Opdat het Crematorium het omhulsel mag aanvaarden moet
  • een medewerker het met de bestaande systemen kunnen vervoeren en behandelen
  • het met behulp van de bestaande invoersystemen in de crematieoven kunnen worden ingevoerd.
Concreet: het Crematorium zal enkel lijkwaden aangeboden op een houten of andere stevige ondergrond aanvaarden.

Wilt u een lijkwade gebruiken? Neem dan vooraf contact op met het Crematorium om de nodige afspraken te maken.




21 OKTOBER 2005. - Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van de voorwaarden waaraan een doodskist of een ander lijkomhulsel moet beantwoorden: klik hier.
      


Top